Rachel Hansoul over het belang van inclusieve communicatie.

Welkom in Café Arté, de plek waar creatieve geesten elkaar ontmoeten. Ik ben Stijn, uw barman van dienst. En ik ben helemaal klaar om u een smakelijk en inspirerend glas wijn te schenken. En dat doe ik samen met een gast.

Wat versta je precies onder inclusieve communicatie?

Rachel: “Voor mij is dat communicatie die de diversiteit op alle vlakken van de samenleving weerspiegelt. Niet alleen vanuit een culturele achtergrond, maar veel ruimer dan dat. Het is een echte weerspiegeling van de samenleving in plaats van een beperkt, veilig en geaccepteerd standaardbeeld. Je streeft naar de waarheid over hoe de samenleving er oprecht uitziet.”

Waarom spreekt die inclusieve communicatie je zo aan, waarom ligt ze je zo na aan het hart?

Rachel: “Ik ben zelf een zwarte, queer vrouw. En daarmee ben ik dus niet het standaardbeeld van wat je in de media ziet. Maar ik vind het wel leuk om mezelf vertegenwoordigd te zien — net als zoveel andere soorten mensen. Volgens mij is het niet oké dat je maar één specifiek beeld krijgt. Daarom spreekt het me heel persoonlijk aan omdat ikzelf niet in een hokje geplaatst kan worden.”

Is er een mogelijkheid om creatief aan de slag te gaan met inclusieve communicatie?

Rachel: “Je ziet tegenwoordig een verschuiving in de communicatie van bijvoorbeeld modehuizen, maar ook op social media in het algemeen. Verschillende bedrijven zijn bezig om een inclusiever beeld te vertonen via mensen met verschillende culturele achtergronden. Maar ook op het vlak van genders zie je dat ze er actiever mee aan de slag gaan. Als ik kijk naar de vertegenwoordiging van zwarte mensen in social media is het door de Black Lives Matter-beweging sinds het afgelopen jaar wel hip en trendy om daarmee aan te sluiten. Dat is ook wel een hot topic geweest.”

Was de opkomst van de Black Lives Matter-beweging ook voor jou de start?

Rachel: “Neen, ik was er daarvoor al mee bezig. Voor mij werd alles een drietal jaar geleden heel concreet. Toen beleefde ik een moment van helderheid. Ik dacht echt ‘Wow, ik ben precies heel lang slapende geweest’ omdat k dingen begon te zien die voor mij echt niet oké zijn. Daar wilde ik iets aan doen.”

Stel dat je mag dromen: waar hoop je dat de (communicatie)wereld over tien jaar beland is?

Rachel: “Ik weet niet of ik er effectief in geloof dat het kan, maar ik droom er wel van dat de communicatie dan een oprecht beeld van de samenleving geeft. Zonder dat ze een oordeel zou vellen, maar alles toont in zijn ongefilterde puurheid.”

Heb je de indruk dat er een opening gemaakt is om inclusiviteit te bespreken?

Rachel: “Ja, ik heb inderdaad het gevoel dat het meer bespreekbaar is geworden. Want mensen laten hun stem nu horen en die kunnen niet meer genegeerd worden. Maar we zitten wel nog in de fase dat we er wel eens over kunnen spreken, zonder dat de essentie in concrete acties omgezet wordt — tenzij heel beperkt. We zitten dus echt nog wel in de beginfase.”

Wat is er nodig om het huidige momentum vast te houden om over tien jaar effectief iets bereikt te hebben?

Rachel: “Ja … de gesprekken die we nu voeren, omzetten tot concrete actie! Dat is vaak niet gemakkelijk en vraagt veel inspanning. Maar het loont wel. En ik merk ook dat bedrijven die oprecht willen veranderen, daar ook concreet mee bezig zijn. Ze tonen op verschillende manieren hoe ze die intenties omzetten in acties. Terwijl de bedrijven die eventjes mee op de trend willen surfen, snel-snel een postje maken in de veronderstelling dat ze dan wel goed bezig zijn.”

Maar … die ‘meelopers’ gaan zo niet voor de duurzame verandering zorgen?

Rachel: “Neen, inderdaad, dat is gewoon een façade. Maar op dit moment is dat nog altijd de reactie bij de meerderheid van de organisaties. Omdat echte verandering veel meer inspanningen vraagt. En veel mensen zijn nog niet bereid om die te leveren. Zeker bij oudere mensen is dat nog altijd een heel abstract idee — heel ver-van-mijn-bed. Maar de jongere generatie is veel actiever bezig. Omdat we alles veel meer zien en dat is helemaal oké zolang je respect hebt voor elkaar en voor het milieu, want ook dat is een belangrijk thema. Ik vind het goed dat de jeugd zich daar veel bewuster van wordt.”

Bedoel je daarmee dat jongeren zich veel bewuster zijn van het feit dat we maar één planeet hebben?

Rachel: “Je, inderdaad, en vandaar de klimaatprotesten. Die lijken nu even heel ver af door de corona-maatregelen. Maar we zijn er veel meer mee bezig. Want uiteindelijk gaan de jongeren hier nog langer rondlopen. Dus willen we ook — voor een deel uit eigenbelang — dat de wereld het overleeft. Ik merk ook bij mezelf dat het milieu een belangrijk onderwerp is. Van kinds af aan had ik al door dat iets op de grond gooien, niet oké is. Als mijn mama het autoraampje naar beneden deed om iets weg te gooien, zei ik haar: ‘Mama, dat mag je wel niet doen, hé’. Dat besefte ik toen al. Ik kan me niet inbeelden dat ik ooit iets zomaar op de grond zou werpen. Een stukje van een appel misschien nog net, omdat het toch composteert. Maar papier? Nooit. Uiteindelijk heb ik in mijn handtas dan een verzameling afval. Maar liever daar dan op de grond. Dat is dus iets waarmee ik opgroeide en ik ben intussen 27 jaar. Dan kan ik me alleen maar voorstellen dat het voor de generatie die na mijn komt, nog belangrijker is. Want zij krijgen niets anders mee — ook op het vlak van diversiteit, geaardheid, gender en culturele achtergronden. Dat wordt je nu veel meer meegegeven aan jongeren en dat is maar goed. Want ik denk dat er veel mensen zijn opgegroeid met een eenzijdige visie waarin ze alles waar daar niet bij aansluit als vreemd zien. Iets waar je bang van moet zijn. En daar dan ook zo naar handelen.”

Als de jongere generatie er zo bewust mee bezig is, hoef je dan alleen maar te wachten tot het probleem vanzelf verdwijnt?

Rachel: “Dat denk ik niet, omdat er nog heel veel diepe, onbewuste dingen aanwezig zijn die we concreet moeten aanpakken. Sommige dingen besef je niet eens. Ik heb al vaak aangekaart dat ik als kind besefte dat het beter is om wit te zijn. Zonder dat het me ooit gezegd is, het is gewoon een gevoel wat er heerst. Twee weken geleden kwam het naar voor in een gesprek voor Bacongo-Limburg — een gesprek over hoe de kolonisering nu nog altijd aanwezig is in de huidige samenleving. Daarbij hadden we het over de doll test. Die vind je in verschillende talen, maar wij hadden er eentje uit Nederland. Daarbij leggen onderzoekers een reeks poppen voor kinderen — witte en zwarte kinderen, maar ook witte en zwarte poppen. Je krijgt dus verschillende schakeringen in huidskleur. Als je dan aan de kinderen vraagt welke pop het braafst en slimst is, gaan de kinderen naar de witte poppen. Op ‘welke pop is dommer, lelijker en stouter?’ wijzen ze naar de donkere pop. Zowel de witte als de zwarte kindjes denken zo. Van jongs af aan is dat dus het idee dat er heerst. Dat is zo diepgaand, dat we het concreet moeten aanpakken. Omdat het zware restanten van de kolonisering zijn. Die vragen structurele veranderingen en een ander wereldbeeld. Maar dat is niet iets dat zomaar vanzelf gaat gebeuren omdat we er al zo lang onbewust en blindelings mee bezig zijn.”

De doll test kwam ook ter sprake in een aflevering van De Wonderjaren op één. Het probleem is dus zeker duidelijk. Maar hoe ga je ermee om?

Rachel: “Awel, ik denk dat de media en communicatie in het algemeen daarin heel veel macht hebben. Als ik al van kinds af aan ook zwarte prinsessen zag of op televisie kindjes zag die er zoals mij uitzien, maar ook dat niet alle films altijd moeten gaan over de liefde tussen een man en een vrouw … Als je die beelden al zolang meekrijgt, beschouw je ze ook als normaal. Dan groei je ermee op en neem je het met je mee. Als je dan toch eens een ander beeld krijgt, zijn het de grote, negatieve dingen. Dat is wat de media doen, hé, de dingen uitvergroten. Zwarte mensen komen vaker negatief in  beeld. Dat speelt mee in die beeldvorming. Ik zeg niet dat je die negatieve dingen onder de tafel moet schuiven, maar ik ben er wel van overtuigd dat je beeld gaat veranderen als ze evenveel aandacht zouden krijgen als de zogezegde standaarddingen.  Want wat je ziet, is ook wat je begint te denken. Omdat het zoveel invloed heeft, zijn media en communicatie supermachtig in heet het gegeven.”

Als je naar je eigen werk kijkt, hoe probeer je dan een inspirerend voorbeeld te bieden?

Rachel: “Zelf ben ik met veel verschillende dingen bezig.  Bijvoorbeeld met de re-FORMAT-tentoonstelling in het Z33-museum waarin ik visueel verschillende vormen van alledaags racisme heb aangekaart. En dat racisme is een groot onderdeel is van inclusie. Daarnaast ben ik ook een lid van Black History Month Belgium waarbij we focussen op zwarte mensen in België. En daarvoor heb ik samen met team-Limburg-collega een tentoonstelling opgebouwd rond Afrikaanse stoffenEn het Bacongo-Limburg startte intussen twee jaar geleden in het kader van 60 jaar onafhankelijkheid van Congo.

Daarom wilden ze graag een tentoonstelling rond uitbouwen om de mensen een beeld te geven van hoe de kolonisatie en de link met Congo hier in Limburg aanwezig was. Daarbij wilden we de tweezijdigheid van de verhalen weerspiegelen. Als projectmedewerker had ik gevraagd om via Idearté ook de vormgeving te mogen doen van de volledige tentoonstelling en het campagnebeeld in het bijzonder. Dat is ook een mooi voorbeeld van inclusieve communicatie omdat de tentoonstelling voortdurend de twee perspectieven van de verhalen wil tonen. Dat zie je dan ook in de vormgeving met overlappende quotes die telkens met één zin twee verschillende posities in het verhaal aantonen.  Daardoor ben ik altijd bezig met projecten — vanuit die organisatie en mijn eigen artistieke praktijk.”

Als je daar zo bewust mee bezig bent, hoe komen de reacties van de bezoekers dan over?

Rachel: “Ze waren eigenlijk wel altijd heel positief over de vormgeving. Ik heb de neiging veel met gewichtige onderwerpen bezig te zijn die mensen vaak ook kunnen afschrikken: ‘Oei, racisme … ik wil niet horen dat ik racistisch ben’. Of ‘Whoeh, kolonisering … dat is zo zwaar en we hebben daar al zoveel over gehoord’. Door mijn vormgeving bijna blits te maken met felle kleurtjes en opvallende prints, is het aantrekkelijk voor het oog en meteen ook een stuk luchtiger. Daardoor zijn mensen meer getriggerd om toch te gaan kijken wat er inhoudelijk achter zit. Op die manier denk ik dat mensen appreciëren dat het ook luchtig en leuk om naar te kijken is. Het project was informatief, maar ook met de bedoeling dat mensen er iets uit leren. Om te zorgen dat het niet blijft stilliggen. Kolonisering is nu wel iets dat regelmatig aan bod komt in de media. Het belangrijkste wat je daaruit kan meenemen is dat kolonisering nag altijd heel erg aanwezig is in onze samenleving. En dat we nu actief moeten bezig zijn met de dekolonisering. Daarvoor zouden we bewust moeten worden van de gevolgen die de kolonisering nog altijd op onze huidige samenleving heeft. En dat we die actief gaan omzetten naar een gedekoloniseerde samenleving. Daarom is het belangrijk dat bijvoorbeeld het Bacongo-Limburg-project zaadjes planten en dingen in beweging zetten.”

Zitten de andere tentoonstellingen mee in die lijn? Als je de tentoonstelling over de Afrikaanse stoffen bekijkt, heeft die dan dezelfde onderliggende drive? 

Rachel: “Black History Month is een maand om de geschiedenis en de veerkracht van zwarte mensen in de spotlights te zetten. Binnen de maand maart is alles gecentreerd en gebeuren alle events. Maar daarbuiten is het een community die wij proberen te creëren. Met de Pagne Africain-tentoonstelling over de Afrikaanse stoffen willen we tegelijk ook een archief opstarten. Dat is een archief vanuit een niet-westers beeld, heel bewust vanuit een zwart perspectief. Want dat is tot nu toe niet aanwezig in onze samenleving. De stoffen zijn ook een onderdeel wat we archiveren. Daarbij vonden we het belangrijk dat bezoekers een rijker beeld krijgen van wat Afrikaanse stoffen zijn. Want over het algemeen kennen mensen de wax prints, de kleurrijke stofjes. Maar eigenlijk stammen die af vanuit de kolonisering en worden die voornamelijk in Nederland geproduceerd. Daarna is het een onderdeel van de Afrikaanse cultuur geworden, maar tegelijk zit er een koloniseringsverhaal achter. Mensen kennen dus wel de stoffen, maar niet de achtergrond. Op zich is dat dus al fijn om ze dat te kunnen meegeven. Maar tegelijk kunnen we ook laten zien dat er nog zoveel andere Afrikaanse stoffen bestaan buiten de typisch wax prints. Zo ontdekken bezoekers dat de Afrikaanse cultuur veel rijker is dan gedacht. Op die manier is het inclusief omdat we tonen hoe breed en diepgaand het echt is. In mijn persoonlijke tentoonstelling die alledaagse vormen van racisme toont, is vooral een bewustmaking. Als mensen zich niet bewust zijn van het feit dat sommige van hun uitspraken ook racistisch zijn, dan blijft het mislopen. En je kan niet inclusief zijn als je net weet wat je misdoet. Daardoor is ook die tentoonstelling een poging om naar een inclusievere wereld te evolueren.”

Wat is de grootste fout tegen inclusieve communicatie die je nu het vaakst tegenkomt?

Rachel: “Heel veel bedrijven zien het als een trend waar je aan meedoet om eventuele verdenking van racistische motieven te voorkomen. Dat is gevaarlijk omdat die insteek geen concrete verandering meebrengt. Net omdat het neerkomt op oppervlakkig meedoen met de trend, zonder structurele veranderingen op te leveren. Dat is de grootste fout die nog altijd bij de meerderheid van de bedrijven gebeurt.”

Zijn er bedrijven die wel een goed voorbeeld voor inclusieve communicatie stellen?

Rachel: “Een bedrijf dat het al jaren goed aanpakt, is Nike. Iedereen kent de communicatie van Nike wel, waarin ze een heel breed beeld tonen met mensen vanuit een verschillende culturele  achtergrond of fysieke verschillen — vrouwen, mannen … ze gaan er heel breed in. Dat vind ik sowieso wel heel sterk. Maar op social media kom ik ook geregeld inspirerende voorbeelden van van Asos en Monki tegen. Dat zijn twee Britse modebedrijven die allemaal verschillende lichamen van zowel vrouwen als mannen tonen. Maar ze zijn ook bezig met de aanspreking van mensen als ze een persoon voorstellen op hun Instagram, dan zie je consequent she/her of x. Ze zijn dus heel bewust met gender bezig. Dat zie je trouwens alsmaar vaker voorkomen op social media. Los daarvan tonen ook zijn verschillende beelden vanuit diverse culturele achtergronden. Daarom zijn het bedrijven die er voor mij echt wel uitspringen. Er zijn er vast nog hoor, maar dat zijn de eerste waar ik aan denk.”

Waarom is het belangrijk voor een bedrijf om bezig te zijn met inclusieve communicatie? Wat kan je daar als bedrijf uithalen?

Rachel: “Uit een Amerikaans onderzoek blijkt dat je cliënteel of — algemeen — mensen uit de samenleving zich pas in een bedrijf herkennen als minstens 30 procent van het bedrijf eruit ziet zoals zij. Als ik dan terugdenk aan de modebedrijven en ik zou alleen maar witte, blonde vrouwen zien, dan zou ik al snel denken van ‘Oei, die kleren gaan mijn lichaam niet goed passen of ze gaan me niet staan’. Omdat ik niet in de beeldvorming gerepresenteerd wordt, kan ik me moeilijker inbeelden die kleren te dragen. En dus ga ik minder de neiging hebben om die producten te kopen. Ik wil mezelf ook wel vertegenwoordigd zien,  om me aan dat merk te kunnen linken om zo tot de aankoop van producten of diensten te kunnen overgaan. Ik denk dat mensen zichzelf graag willen herkennen. Daarom is de populariteit van influencer nog altijd zo sterk. Omdat je daarbij zelf kan kiezen wie je volgt. En daarbij ga je naast de fysieke ook naar inhoudelijke kenmerken die bewijzen dat je dezelfde waarden deelt. Dat voelt gewoon veel beter. Daarom kunnen bedrijven niet meer negeren dat het veel belangrijker is geworden om een veel breder beeld te tonen. Net omdat de samenleving veel diverser is dan wat we tot nu toe slechts zien in communicatie.”

Stel dat iemand concreet aan de slag wil met inclusieve communicatie, bestaan er dan stappenplannen als houvast?

Rachel: “Een echt stappenplan, heb ik niet. Maar als je er als bedrijf aan wil beginnen, is het belangrijk om dat oprecht te doen. Niet zomaar omdat het van je verwacht wordt, maar vooral omdat je het zelf belangrijk vindt om een inclusief beeld naar de wereld toestuurt. Kijk daarbij naar je eigen interne organisatie om te achterhalen of je effectief een inclusieve organisatie bent. Neen? Hoe zou je dat dan kunnen veranderen? Want de echte verandering begint altijd bij jezelf. Misschien kijk je best eerst heel persoonlijk: ‘Wat doe ik eigenlijk om inclusief te zijn?, Wat doet mijn bedrijf om inclusief te zijn?, Wat kan er allemaal nog veranderen in de richtlijnen, regels en werkvloerprincipes van het bedrijf?, Zitten die afspraken eigenlijk wel juist?’ Daarna kan je naar de buitenwereld beginnen te kijken. Als ik bijvoorbeeld aan Idearté denk, dan zouden we inclusiever kunnen zijn door eens met een andere fotograaf of een andere externe partner samen te werken. In iedere stap kan je bewust bezig zijn met inclusiviteit. Hoe oprechter en authentieker je daarin bent, hoe meer tijd je ook investeert. Want in het begin ga je echt moeten zoeken naar de mensen die beschikbaar zijn. En daarvan is er een heel groot bad. Maar eens je er een tijdje bezig bent, bouw je een relevant netwerk op. Ik merk zelf — omdat ik met de tentoonstellingen en andere initiatieven bezig ben — dat mensen mij contacteren om dat ze weten dat ik met die onderwerpen bezig ben. Daarom vragen ze mij voor de juiste   doorverwijzingen. Zo schieten die dingen wel in gang.”

Daarbij is het dan wel belangrijk om klein en inclusief te beginnen, toch? Om al je medewerkers in het bedrijf samen te brengen om te weten wat er leeft en daarop verder te bouwen.

Rachel: “Inderdaad, want de verandering begint echt bij jezelf, als persoon en als organisatie. Als je eerst gaat kijken hoe je het als persoon beter kan doen en bewuster met inclusiviteit om kan gaan, ga je verder dan een vrijblijvend gesprekje over het thema. Dan kan je heel concrete acties uitwerken en opstarten. Daarna kan je achterhalen hoe je dat naar externe stappen kan omzetten.”

Is dat een extra laagje dat op bekende denkprocessen over USP’s, ESP’s en de bedrijfsmissie kan plakken?

Rachel: “Als je missie is van inclusief te zijn, hoort het er inderdaad bij om erover na te denken. Dan moet het ook mee opgenomen worden in de missieverklaring. Dan reflecteert het tegelijk in je USP’s en ESP’s. Omdat het er ook rechtstreeks mee verbonden is. Het is niet een extra aspect dat je achteraf nog even moet toevoegen. Integendeel, alles begint met die inclusiviteit. Alle andere dingen zijn eraan gekoppeld, net omdat de inclusiviteit een essentiële waarde is die je aan je bedrijf toevoegt.”

Krijg je daar dan ook de juiste beleving in? Hoe kan je die van onderuit laten groeien?

Rachel: “De wil tot inclusiviteit uitspreken, is een begin. Maar daarna is het zeker zo belangrijk om te bekijken wat je concreet kan doen om het ook effectief te zijn. Als je bijvoorbeeld een vacature uitschrijft, kan je kijken in welke talen je die kan publiceren om er echt iedereen op te laten reageren. Hoe speek je bepaalde mensen aan en welke specifieke woorden gebruik je daarvoor? Op vlak van die aspecten kan je controleren of je echt inclusief bent. Daardoor ga je veel authentieker overkomen, omdat je ook echt toont dat je die inclusiviteit belangrijk vindt in plaats van dat alleen maar te zeggen. Maar ook daarna is dat denkproces nodig. Want stel dat je erin slaagt om een heel diverse groep mensen bij elkaar te brengen, dan moet je natuurlijk begrijpen dat je ook verschillende soorten aanpakken moet hebben. Het werkt niet als je zegt dat je wel verschillende soorten mensen wil, maar dat je daarbij niet je verwachtingen of de handelingen naar die verschillende profielen zou aanpassen. De juiste mindset is zo belangrijk voor zoveel stappen in het proces, dat je echt wel authentiek aan de slag moet. Want eens je ermee aan de slag gaat, besef je pas hoe diep inclusiviteit eigenlik gaat.”

Beluister onze podcast Café Arté op alle streamingplatformen

Meer inspiratie?

Bekijk nu onze 5 gratis webinars