Frederic Boonen over het belang van creative thinking.

Welkom in Café Arté, de plek waar creatieve geesten elkaar ontmoeten. Ik ben Stijn, uw barman van dienst en samen met mijn gast zijn we klaar om u een smakelijk en inspirerend glas wijn te schenken.

Deze keer heeft Frederic Boonen een barkruk aan onze toog gevonden. Hij is al jaren product designer in zijn eigen Boonen Design Studio. Maar hij geeft ook les in de Provinciale Kunsthumaniora (PIKOH). En hij is de creative director van Bouncer, gespecialiseerd in de productontwikkeling voor mensen met een beperking. Kortom, een gedroomde gast voor een inspirerend gesprek over creativiteit en de kracht van communicatie.

Op welk moment in je leven heb je de kracht van communicatie het sterkst ervaren?

Ik zou zeggen … in 2018. Toen hebben we een bord op de markt gebracht — een bord voor mensen met één functionele arm. In Nederland is dat massaal in de krant Trouw gekomen. Die communicatie zorgde voor een hevige bestelronde vanuit Nederland. Communicatie in een specifiek domein kan dus heel sterk zijn. Je kan heel veel communicatie uitvoeren. Maar als die via de verkeerde kanalen loopt, dan komt ze niet tot haar recht. 

Is iedereen van nature uit creatief of is creativiteit iets wat je kan leren?

Beide. Vergelijk het met sport. Daarin heb je echte talenten, die op topsportniveau zitten. Bijvoorbeeld een voetballer die het talent heeft om een bal juist te kunnen plaatsen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat als bijvoorbeeld Messi dertig keer met dezelfde bal op dezelfde goal in dezelfde hoek trapt, dan is het waarschijnlijk 29 van de 30 keer juist omdat hij talent heeft. Iemand zonder talent kan je de vaardigheid wel leren, maar de leerrespons is natuurlijk veel lager omdat hij of zij het hoge niveau niet kan halen.

Met creativiteit is dat hetzelfde. Bepaalde mensen zien verbanden en achterliggende ideeën in een product, een voorwerp of een kunstwerk. Ze zijn geboren met die kerntalenten. Maar uiteindelijk … is iedereen creatief. Stel bijvoorbeeld dat de cola op is. Dan zie ik dat mijn kinderen creatief op zoek naar een alternatief waarin ook de nodige suikers zitten. 

Tijdens mijn tekenlessen of de lessen over product design zie ik dat je bij talentvolle mensen veel meer en veel sneller stappen kan zetten naar de afwerking van tekeningen. Mensen die minder ‘gevoel’ hebben om een goede tekening te maken, kan je het wel aanleren. Ze gaan die aangeleerde vaardigheden toepassen, maar ze gaan ook er meer vanaf kunnen stappen. Op het einde van de rit kunnen ze wel tekenen. Terwijl mensen met talent gaan experimenteren om de grens van hun kunnen te benaderen of te verleggen om op een andere manier een presentatie te maken.

Als je voortbouwt op het idee van de cola die op is, kan je dan stellen dat creativiteit versterkt als er een gebrek ontstaat?

Inderdaad, door het gebrek ga je alternatieven zoeken. Maar daarbij is het de kunst om op een bepaald moment te kunnen stoppen. Want ergens ligt een punt ‘dit is genoeg’. Kijk naar het verhaal over inertie: je kan zonnepanelen leggen of je kan een BEN-woning bouwen (Bijna Energie Neutraal). Beide zijn dat goede keuzes. Maar je moet dan wel bewust het ene alternatief tegenover het andere zetten.

Voor creativiteit is die bewuste benadering even belangrijk. We hebben bijvoorbeeld ‘Design Thinking’-workshops gegeven voor De Kringwinkel. Nu kwam de vraag om dezelfde workshop te geven voor financiële mensen. De manier om creatief te zijn en creativiteit dankzij bepaalde processen en tools gaan toepassen is vergelijkbaar voor iemand die kookt, leer snijdt of bezig is in de financiële wereld. Alle elementen om tot een creatieve oplossing te komen, kan je inderdaad wel leren.

Kan je het proces om tot creatieve oplossingen te komen, samenvatten in een aantal basisprincipes?

Design Thinking is een cirkel die begint met je probleem definiëren. Daarna ga je het conceptualiseren. Daarop baseer je een prototype om je oplossing te testen bij mensen. Het resultaat daarvan leidt je terug naar de begindefinitie die je eventueel moet bijsturen. Zo kan je oneindig veel cirkels doorlopen al moet je uiteraard ooit wel eens stoppen. Maar het is echt wel belangrijk om bij mensen te gaan kijken en ideeën te verzamelen voor de oplossing van het probleem. Dankzij de prototypes kan je observeren hoe de oplossing werkt bij mensen en waar je verder moet verfijnen — dat kan met apps of met kartonnen modellen. 

Heb je bijvoorbeeld een idee voor een klapstoel? Dan kan je mensen uitnodigen om het kartonnen model te testen. Omdat je er nooit vanuit mag gaan dat je zelf de gebruiker of je eindconsument bent. Ook in de financiële sector is dat hetzelfde, want als medewerker weet je precies hoe beleggingen en aandelen werken. Daardoor weet je zelf wat je wel en niet moet doen. Maar de eindconsument weet dat niet.  En net daarom moet je gaan testen. Net zoals een kok die bijvoorbeeld drie nieuwe smaken wil creëren. Hij of zij kan daarvoor gerechten klaarmaken om bij een testpubliek te achterhalen welke zuurtegraad of andere aspecten het meest in de smaak vallen. Zo kan je Design Thinking implementeren in een heel brede doelgroep van vakgebieden.

Als wij iets ontwikkelen komen we tijdens het patentenonderzoek heel vaak gelijkaardige oplossingen tegen. Die zijn nooit volledig hetzelfde, maar het idee lost het probleem wel op. We hebben ooit een wiegsysteem voor een Maxi Cosi ontwikkeld. Het wiegt je kindje in slaap. Achteraf hebben ze de wiegtechniek teruggevonden in de chocoladesector. Daar heb je machines die de chocolade wiegen om te voorkomen dat ze hard zou worden. De techniek is dus hetzelfde, maar je toepassing is anders. Dan bereik je dus met dezelfde technieken een ander resultaat.

Intussen hebben we wel geleerd dat het interessant is om vooraf uitgebreid onderzoek te doen naar gelijkaardige technieken. Zeker omdat je dat ook kan laten doen voor 2 euro per uur door de FOD Economie. Daarvoor moet je alleen een tekening of schets met een duidelijke omschrijving opsturen en ze gaan voor je aan de slag. Daaruit kan je heel veel leren.

Uit welke ‘fout’ heb je het meest geleerd?

Dat je soms vergeet dat de mens centraal staat. Er zijn heel veel facetten waarmee je rekening moet houden zoals de prijs, het juiste lanceringsmoment of de implementatie. Denk bijvoorbeeld aan de iPad. Apple had in de jaren ’80 al de Newton ontwikkeld. Maar er was niemand die het op dat moment begreep. Maar het was ook niet compatibel — het was een stand-alone toestel. De iPad van nu is connecteerbaar met je printer of andere computers. Nu is de tijd er wel rijp voor.

Als je best niet vanuit jezelf vertrekt, kan je de communicatieraad ‘behandel de ander zoals je zelf behandeld zou willen worden’ dan maar best negeren?  

Inderdaad, als je iets ontwerpt probeer je jezelf in te beelden hoe je het product gaat gebruiken. Neem bijvoorbeeld een blikopener: je ziet jezelf het blik openen. Maar misschien is iemand anders minder krachtig in de armen — je schoonmoeder, je oma of je dochtertje van 5 jaar. Het is belangrijk om heel snel een idee neer te leggen en te testen in focusgroepen. Al is dat niet altijd gemakkelijk of zelfs mogelijk. Maar ervan uitgaan dat jij de centrale as bent, mag je niet doen — dat is wel een belangrijke les voor ontwerpers die misschien meeluisteren.

Is creativiteit dan een stabiele factor of is het net veranderlijk doorheen de tijd?

Ik sta elk jaar stil bij de optimalisatie van mijn ontwerpproces. Door de tijd heen leer je ook focussen op specifieke doelgroepen. In het begin probeer je veel te doen om omzet te kunnen draaien. Je dan ook nog niet de portfolio om grote brands te overtuigen.

Gaandeweg ga je jezelf wel aanscherpen op bepaalde vlakken. Vergelijk het met een doos kleurpotloden. Voor jou is daarin de groene misschien de beste kleur omdat je er het meest mee werkt. Met de andere kan je ook wel werken. Maar die groene is zo geshapet dat die het best in je hand ligt. Die is op jouw maat geslepen waardoor je er het best mee kan tekenen.

De kwaliteiten van de meeste mensen vormen een kleurpotlodendoos. Iedereen kan een beetje koken, een beetje tekenen of een beetje grasmaaien. Maar in één of twee elementen ben je echt heel sterk. Door de jaren heen ga je net die elementen verder aanscherpen. Creativiteit is daardoor een bepaalde factor die gestabiliseerd kan worden door tijd, ervaring, zelfkennis en ambitie. Daardoor kan je kiezen om alleen nog business development te gaan doen of business model design. Misschien ben je wel heel goed in prototyping: dan doe je niets anders meer dan schuren, spuiten, lakken en modelletjes bouwen. Of je specialiteit is CAD-tekenen en engineering.

Door de jaren ga je weten waarin je heel erg goed bent. Door je focus te leggen op een specifiek creatief punt, wordt dat je stabiele factor.

Zijn er nog nieuwe dingen te bedenken of is alles al eens ooit bedacht?

In zekere zin is alles al eens bedacht. Al kan ik me inbeelden dat er nieuwe dingen gaan komen. Want door de evolutie van de maatschappij en samenleving krijg je vernieuwing op product- en dienstniveau. De bankdirecteur ken ik niet meer en ik weet niet meer wie er vandaag nog achter het loket zit. Dat is ook niet meer nodig. Die digitale transformatie vereist ook een interne transformatie.

Ik kan me inbeelden dat bepaalde bedrijven voor robotisering kiezen door de hoge loonkost. Daardoor voeren de robots alle basale handelingen om producten te assembleren uit. Daardoor ontstaat de angst voor jobverlies. Maar … neen … want we moeten die robots kunnen bouwen, programmeren en onderhouden. Tegelijk moeten we een policy schrijven om te vertellen wat de robots mag of niet mag. Daardoor denk ik dat er nieuwe dingen gaan komen.

Ik ben er zeker van dat automatisatie de toekomst is. Maar tegelijk wil dat zeggen dat daarvoor implementatie nodig is. En het wil ook zeggen dat we minder uren zullen moeten werken. Er komen sowieso altijd nieuwe dingen. Maar die gaan altijd gebaseerd zijn op bestaande elementen of de combinatie van verschillende elementen.

Maar als je bijvoorbeeld naar een werkweek van maar 10 uren zou gaan, hoe gaan we die vrijgekomen tijd dan het best kunnen gebruiken?

Die vraag leeft al heel lang. Ze zijn er bijvoorbeeld achter gekomen dat er iets gelijkaardigs op de Paaseilanden speelde. Ze dachten dat de hoofden die er staan gemaakt werden door rivaliserende stammen die voor het land aan het vechten waren. Om elkaar te overbluffen maakten ze dan ieder jaar grotere hoofden. Daarna zou iedereen tijdens verschillende oorlogen uitgemoord zijn. Wat blijkt? Niet waar!

Daar hadden ze inderdaad een 10-uren werkweek, bij wijze van spreken. En wat deden ze dan met de rest van de tijd? Hoofden maken, echt waar. Ze zorgden voor hun voedsel en hun dagelijkse huishouden tot ze genoeg hadden. Daarna stopten die mensen.

Het ongeluk van het Paaseiland was dat de Spanjaarden het eiland pas helemaal op het laatste hebben gevonden. Aan boord van hun schepen zaten ratten. En die hebben een soort pandemie veroorzaakt — zoals we die vandaag kennen en zoals er elke 100 jaar een voorbij komt. Dát betekende het einde van het Paaseiland en niet door ruzie. Helemaal niet. Want de mens is er van nature niet op uit om onszelf tegen elkaar op te zetten. En al zeker niet op een eiland waar eten, drinken, woongelegenheid en geluk is.

Een 10-uren werkweek is misschien wel goed om de creativiteit te bevorderen. Wie weet gaan er dan wel nieuwe dingen uitkomen. Want we zien intussen wel dat bijvoorbeeld padel opkomt, yoga is een enorme hype en die Zweedse boeken over Lagom komen massaal naar hier. Er zijn al wat bewegingen. 

Waarom heeft een ondernemer nood aan creativiteit?

Een ondernemer of een bedrijfsleider heeft creativiteit in de brede zin van het woord nodig om te kunnen groeien. Om kennis en ontwikkeling te stimuleren heb je een stukje creativiteit nodig om de nodige transformatie te realiseren. Daarvoor heb je een heel plan nodig om de juiste mensen in te schakelen.

Die ondernemers zijn niet zomaar bedrijfsleider geworden. Het is iemand met durf, iemand die riskeert, iemand die open-minded is. Die is dan wel creatief in verschillende aspecten, maar je hebt er ook nog andere mensen voor nodig. Want creativiteit is in alle facetten van het bedrijf fundamenteel om stabiel te kunnen blijven of om te kunnen groeien.

Is creativiteit dan de vaardigheid om bij nieuwe impulsen of evoluties de juiste oplossing te bedenken en ui te rollen?

Ja, of zelfs om visionair naar de toekomst te kijken en te zeggen waar je naartoe gaat en daar slim op in te spelen. Inspiratie daarvoor heeft het juiste moment nodig — en in de toekomst gaat vooral de jeugd daarmee worstelen. Als ik in de wagen zit of ik sta in de rij bij de bakker dan ben ik net zoals de meesten uit Generatie X minder geneigd om meteen naar mijn telefoon te grijpen en te scrollen of swipen. Dat is juist het moment om te gaan turen, om te gaan staren. Want wanneer heb je het beste idee? Als je ‘s morgens wakker wordt of onder de douche staat — tenzij je een waterdichte telefoon hebt.

Inspiratie heeft eigenlijk te maken met het moment waarop je aan niets denkt. Want net dan komt het binnengevallen. De ideeën komen ook letterlijk binnenvallen als je ze de kans geeft. En ik zie mijn kinderen die momenten onmogelijk maken door altijd maar op hun telefoon te zitten. Je daarin opjagen, heeft weinig zin. Net zoals mijn ouders die zich ergerden aan het feit dat ik alleen strips las in plaats van ‘echte’ boeken. Al is het wel een prangend probleem omdat de jeugd niet meer kan turen en staren waardoor ze de beste creatieve ideeën missen. Daardoor zal er heel veel verloren gaan.

Lezen of eens naar gekke dingen kijken zoals naar In de Gloria of naar Monty Python waarin alles nog mocht en kon, creëert inspiratie.

Is de uitdaging dan om opnieuw stille momenten en verveling te creëren?

Bestaat daar geen app voor?

Hoe belangrijk is creativiteit in moderne communicatie?

Heel belangrijk! Met drie verschillende partijen zijn we bezig om een oproep naar een idee te doen. We waren naar een gemeenschappelijk project aan het zoeken waardoor ik nauwer met mijn prototypepartners kan samenwerken. Daarvoor hebben de boel omgedraaid: in plaats van te wachten tot er iemand een idee binnenbrengt, gaan we er actief naar vragen. Maar daarvoor hebben we een ontbrekende factoor: een communicatiebureau.

Moderne communicatie is heel cruciaal. Als je een product of een dienst gaat presenteren, staat of valt alles met een goed verhaal. Zeg ik tegen jou ‘Hansje en Grietjes’, dan weet je perfect waarover het gaat. Waarom? Omdat het in een verhaal is gegoten: stapsgewijs, figuratief en visueel met een eenvoudige tekst. Een goede creativiteit is ook een geode communicatie.

Tegenwoordig is storytelling heel erg ‘hot’. Maar bestaat ‘verhalen vertellen’ niet al heel erg lang?

Hansje en Grietjes is ook story telling. De gebroeders Grimm waren er in 1800 al mee bezig. Je komt het wel vaker tegen dat iemand iets als hypermodern presenteert terwijl het al eeuwen bestaat. Maar dan het nieuwe zit in de combinatie die je maakt van een bepaald product zoals bijvoorbeeld een schommelstoel. Het concept daarvoor bestaat al heel lang. Maar vandaag komen er nog altijd nieuwe schommelstoelen op de markt. Maar hoe je dat concept benadert en welk verhaal je eraan vastplakt, dat zorgt voor de meerwaarde. Je zorgt voor vernieuwing door een goede vormgeving of een innovatieve techniek. Dan krijg je een eye opener.

Ik denk dat het een Belgisch bedrijf is dat een duikpak maakt van kunststof opgevist uit de zee. Op zich is het duikpak niet vernieuwend — het lijkt op een salopette. Maar het verhaal erachter maakt het duikpak toch uniek. En dan zie je opnieuw het belang van goede en creatieve communicatie. Als je het op de juiste manier en met goede fotografie brengt, zorg je voor vernieuwing. 

Om een nieuw idee zoals de iPad te brengen, is het belangrijk om het juiste moment te kiezen. Bijvoorbeeld tijdens de transitie van modem — vroeger moest je nog piep-pieper-de-piep inbellen. Als ik dan afkom met iets dat te ver is, gaan mensen het niet begrijpen. Denk aan de kiwi waarvan de oma vijf jaar na lancering nog altijd niet wist wat het was. Door juist woordgebruik zoals een ‘behaarde aardpeer’ bijvoorbeeld, zou die misschien sneller geaccepteerd zijn. Maar ‘kiwi’ deed alleen wenkbrauwen fronsen en triggerde ‘Neen, dat gaan we niet eten’. Als de uitdaging te groot is, halen mensen af.

De elektrische wagen is ook zo een voorbeeld. Iedereen begrijpt intussen het concept. De volgende stap is eigenlijk waterstof. Maar iedereen reageert voorlopig met ‘Hmmm, wat is dat voor iets?’ Je kan het nu weliswaar maar op een plaats tanken. En toch gaat dat de toekomst zijn.

Om waterstof echt te lanceren zijn er ook een aantal stappen die de overheid op de juiste manier moet zetten. Want we kunnen vandaag niet beslissen om elektrisch te gaan rijden enkel en alleen omdat er subsidies voor zouden zijn. Neen, we moeten globaal gaan kijken om een goed alternatief te kiezen waarmee we zo lang mogelijk onze aarde te kunnen redden. Nu wordt er te veel gedacht op te korte termijn. W moeten kijken op de komende 20 miljard jaar. Want we zijn nu halfweg het zonnestelsel. Het geluk dat de zon nog maar halfweg is, hebben we dan toch. Maar als we tijdens de komende 10 jaar niets doen, is het niet meer te redden. Daarna zijn het CO2-peil en de ontbossing onomkeerbaar.

De overheid stelt daarvoor masterplannen op. En dat is goed op het niveau van macro-economie. Maar op vlak van micro-economie moeten we ook in ons huishouden bewuste keuzes gaan maken: koop maar één wagen en eet minder vlees. Dat zijn elementaire elementen die reddend kunnen zijn voor onze aarde. Als iedereen 100 gram vlees per week eet, zitten we op ons maximum. Want we zitten wereldwijd met 8 miljard mensen: 8 miljard maal 100 gram … da’s veel, hé? Daarvoor heb je héél veel koeien en varkens voor nodig. En daarbij staan de meeste mensen te weinig stil omdat de overheid er niet mee bezig is om het te communiceren. Om de gezonde boodschap ingang te doen vinden, heb je een moderne creativiteit in de communicatie nodig. Maar voorlopig zal er een andere agenda zijn, vermoed ik.

Heb je een voorbeeld van goede communicatie die je extra inspireert?

De Nederlandse TU Delft bouwt elk jaar een zonnewagen. Daarmee gaan ze naar Australië waar ze puur op zonne-energie kilometers met die wagen rijden. De hoeksteen van zo lang te rijden is ‘licht gewicht’. Tot er iemand zich hardop afvroeg waarom ze hun ‘licht gewicht’-ideeën niet zouden omzetten naar een personenwagen. Als boodschap daarvoor gebruiken ze: ‘Our car drives on the moon’. Want tijdens het rijden, laadt hij op. Dat vond ik schitterend gevonden. Zo lanceren ze regelmatig krachtige communicatie. Omdat ze vanuit een heel ander standpunt vertrekken. Bij een wagen vertellen ze je meestal hoeveel kilometer hij kan rijden of hoe snel hij van 0 naar 100 km/u kan. Maar zij starten vanuit het idee om rijden te veranderen. Het interesseert hun niet hoe lang of hoe snel je rijdt. Ze willen kwaliteit bieden waarmee iedereen onbezorgd kan rijden. Dat is een hele mooie missie.

Stel dat ondernemers overtuigd zijn dat ze inderdaad creative thinking nodig hebben, waar vinden ze dan de nodige inspiratie?

Je kan inspiratie uit de natuur. De miljarden jaren evolutie van dieren en planten heeft intussen bewezen dat verschillende oplossingen op die manier gaan werken. Maar ook via ‘Mister en Misses Pinterest’ vinden we heel veel informatie. Maar voor vormelijke aspecten gaan we echt wel naar de natuur kijken.

Ik ben van plan om een boek te schrijven over de circulaire economie. Daarin komt het verhaal van de eeuwige zwaluw: als de zwaluw zijn nest bouwt, maakt hij dat van aarde. De aarde mengt hij met speeksel tot bolletjes. Dat nest kan afhankelijk van het aantal jonge vogeltjes vergroot of verklein worden. Breek je het nest af? Dan gaat de gebruikte aarde opnieuw naar de rest van de aarde. Zo zou je ook jouw product, dienst of systeem circulair kunnen maken.

Op welke oplossingen uit je eigen studio ben je het meest trots?

Ik word wel trotser en trotser omdat ik gerealiseerde producten kan toevoegen in min portfolio. Daarmee kan ik nieuwe klanten aantrekken. Als je daaraan kan werken via klanten uit heel het land, groeit je trots. Nu ja, daaraan zit natuurlijk geen eindpunt. Maar de producten die we de afgelopen vier jaar ontwikkelden, zijn toch wel high standing en succesvol. Het is ook telkens een andere sector. Al maken we altijd producten waarbij de eindgebruiker een consument is: een plooifiets, het wiegsysteem voor de Maxi Cosi, vuurkorven voor boeren … 

We gaan geen machines bouwen of fototoestellen ontwikkelen. Dat is te complex. Want dan spreek je over automatisatie, terwijl mijn er net in zit dat ik een gebruiker — een echt mens — begrijp in zijn of haar omgang met huishoudelijke producten.

Een paar jaar geleden hebben drie jaar na elkaar de Henri Van De Velde Award gewonnen. De laatste keer met het bord voor mensen met één functionele arm. En dat was de publieksprijs. Net daarom ben ik er het meest trots op. Want dat publiek is mijn doelgroep, daarvoor maken we de dingen. Als Jan met de pet dan zegt ‘Hm, da’s wel iets tof dat echt helpt om het probleem op te lossen — ongeacht design, prijs of duurzaamheid’, is dat fantastisch. Daarom ben ik het meest trots op de Theomatik.

Heb je zelf een routine of een geheim om de mentale puzzel een kans te geven om in elkaar te klikken?

Ik heb geleerd dat verbanden leggen een hele belangrijke is. We maken producten en die moeten betaalbaar zijn, want Abu Dhabi is niet de bedoeling. Anderzijds moeten ze functioneren, omdat we alleen producten maken die ook echt en lang werken. In de circulaire-economie is het namelijk belangrijk dat het product gemonteerd en gedemonteerd kan worden. 

Als een onderdeel stuk is, bijvoorbeeld de poot van een stoel, dan zorgen we ervoor dat de eindklant het zelf kan herstellen. Voor een gaatje in een blauwe trui geven we dan wel een naald en rood garen mee. Zo kan je op een creatieve manier met die herstelling omspringen door het gat net te accentueren. Dat zorgt voor personalisering én het houdt het product langer in leven. De eeste stap is dus om de cirkel tussen product en mens zo klein mogelijk te houden waardoor de gebruiker het kan blijven herstellen. Ik heb tuis nog altijd een kast van 100 tot 120 jaar oud staan. Met de producten uit de doe-het-zelf-zaak kan je die blijven restaureren door ze te schuren, te behandelen en te vernissen. We zitten in een maatschappij waarbij we producten maken voor de vuilbak en dat is niet de bedoeling. 

Een ander aandachtspunt is dat het ook leuk, mooi en betaalbaar is. Dat zijn allemaal verschillende facetten. Het komt er daarbij aan op de klik die je moet maken om verbanden te leggen tussen het economisch model, het productiemodel en wat de eindgebruiker eigenlijk vraagt. Dat is meteen een warme oproep aan iedereen om daarmee heel bewust om te gaan. Niet alleen als productontwerper, maar ook als gebruiker. Dat we niet meer zo snel beslissen om iets weg te gooien. 

De verdienmodellen van de toekomst gaan er ook zo uitzien: als je bijvoorbeeld kijkt naar een elektrische wagen zoals Tesla of Mercedes … daarmee kan je 1,5 miljoen kilometer rijden. Maar je stuur of zetel gaan het niet zolang aankunnen. Daarom denkt Tesla eraan om de fleet zelf te houden en gebruikskosten van 900 tot 2000 euro per maand aan te rekenen. In dat verhaal gaan Tesla — maar ook Mercedes — nadenken om iets te bouwen dan 1,5 miljoen kilometer meegaat. Zo gaan we duurzame producten creëren. Met bijvoorbeeld een stuur, zetel, handvat en klink die wel tot op het einde mooi en blinkend blijven. Daar moeten we echt naartoe.

Ownership verdwijnt: vroeger had ik nog platen, vandaag heb ik Spotify. Maar de liedjes op Spotify zijn niet van mij. Dat zijn de toekomstmodellen waardoor de ontwerper en de gebruiker … eigenlijk iedereen zich bewust moeten worden dat we duurzame dingen aanschaffen die lang kunnen meegaan — zo lang mogelijk.

Boonen Design Studio

Bouncer

Beluister onze podcast Café Arté op alle streamingplatformen

Meer inspiratie?

Bekijk nu onze 5 gratis webinars